Lagerbewaking
SPM is de afkorting van Schok Puls Methode, een gepatenteerde techniek die gebruik maakt van de signalen uit roterende wentellagers als basis voor efficiënte conditie bewaking van machines. Vanaf de uitvinding in 1969 is deze methode doorlopend verder ontwikkeld tot een wereldwijd geaccepteerde filosofie voor conditie bewaking van wentellagers en machine onderhoud.
Verschil tussen schokpulsen en trilling
Stel dat een metalen kogel op een metalen plaat valt. Op het moment van impact, verplaatst zich een drukgolf door het materiaal van beide objecten (1). De drukgolf is transiënt (dempt snel uit). Als de drukgolf de Schokpuls opnemer aanstoot, zal dit een uitdempende oscillatie van de referentiemassa van de opnemer veroorzaken. De piekwaarde is een functie van de impactsnelheid (v).Gedurende de volgende fase van de botsing gaan beide objecten (kogel en plaat) trillen (2). De frequentie van deze trilling is een functie van de massa en vorm van de botsende objecten.
Verwerking van schokpuls signalen
Een Schokpuls opnemer reageert met een grote amplitude oscillatie bij zwakke schokpulsen, omdat deze aangestoten wordt op de eigen resonantiefrequentie van 32 kHz. Machinetrillingen, van een veel lagere frequentie, worden uitgefilterd.
In het eerste blok staat de opnemer, met daar onder, het trillingssignaal van de machine, met hierop gesuperponeerd de transiënte trillingen op de resonantiefrequentie, die veroorzaakt worden door de schokpulsen.
Het tweede blok laat het elektrische filter zien waar een reeks transiënten op 32 kHz voorbijkomen. De amplitude van deze transiënte trillingen variëren afhankelijk van de energie van de schokpulsen.
De transiënte trillingen worden omgezet in analoge elektrische pulsen. Het laatste blok laat de geconverteerde schokpuls signalen uit het lager zien, die nu uit een snelle sequentie van sterke en zwakke elektrische pulsen bestaat.
Schokpuls patronen
Het gefilterde opnemer signaal geeft de drukvariaties in de loopvlakken van het lager weer. Als de smeeroliefilm in het lager optimaal is, zal het schokpuls niveau laag zijn, zonder dominante pieken. Bij smeerproblemen stijgt niveau naar mate de smeeroliefilm slechter wordt, doch zijn er nog geen dominante pieken. Schade veroorzaakt sterke pulsen met onregelmatige intervallen
Het meten van de bedrijfsconditie van wentellagers
De Schokpuls methode meet het schoksignaal in een decibel schaal, op twee niveaus. De microprocessor evalueert het signaal op basis van het lager type (ISO nummer) en het rolsnelheid (RPM en lagerdiameter).
Oppervlakteschade in een lager veroorzaakt een grote stijging in schokpuls sterkte, in combinatie met een duidelijke verandering in de verhouding tussen de sterke en zwakkere pulsen. De schokpuls waarden kunnen direct vertaald worden naar de relatieve smeeroliefilm dikte of oppervlakteschade.
